Melk die ingeschonken wordt
Melk die ingeschonken wordt
Melk die ingeschonken wordt

Vol, halfvol of magere zuivel

Wat is het verschil tussen magere en volle zuivel?

Melk bevat van nature vet. Maar het vetgehalte van de melk die zo van de koe komt, schommelt nogal. In de fabriek wordt daarom het vetgehalte overal gelijk gemaakt. Dit gebeurt door eerst al het vet uit de melk te halen en dan gedoseerd weer toe te voegen. Zo ontstaan melkproducten met een verschillend vetgehalte: volle, halfvolle en magere zuivel. Deze verschillen dus in vetgehalte. Wat de andere voedingsstoffen betreft zoals eiwit, vitamine B2, B12 en calcium is er vrijwel geen verschil tussen mager, halfvol en vol.

Het vetgehalte in melk

Van nature zit er ongeveer 4,5 procent vet in koemelk. Maar dat verschilt dus van dag tot dag, van seizoen tot seizoen en van koe tot koe. Dat kan liggen aan het voer van de koe en of de koe lekker buiten heeft staan grazen. De kwaliteit van het gras bepaalt bijvoorbeeld mede hoeveel vet en de soort vet (verzadigd of onverzadigd) in de melk zit. Meer gras betekent bijvoorbeeld een hoger percentage onverzadigd vet.
Het pak melk dat je in de winkel koopt, heeft echter een vast vetpercentage.

Voor de vetpercentages in melk zijn vaste afspraken gemaakt, die ook zijn vastgelegd in de Warenwet. Zo is het duidelijk hoeveel vet je binnenkrijgt met een glas melk. Dit zijn de wettelijke normen:

  • Volle melk bevat 3,5 procent vet.
  • Halfvolle melk bevat 1,5 tot 1,8 procent vet.
  • Magere melk bevat minder dan 0,5 procent vet.
  • Karnemelk bevat minder dan 1 procent vet.

Het vetgehalte in andere zuivelproducten

Melk wordt door de boer of in de zuivelfabriek verwerkt tot andere zuivelproducten. Denk aan yoghurt, kwark, slagroom en kaas. Voor veel van deze producten zijn er vaste afspraken over het vetgehalte. Je kunt het vetpercentage terugvinden bij de voedingswaarde-declaratie op de verpakking.

Ga naar zuivelproducten

Gemiddeld vetgehalte in zuivelproducten (per 100 gram)

 

Totaal vet (gram) Verzadigd vet (gram)
Karnemelk 0,2 0,1
Magere melk 0,1 0,1
Halfvolle melk 1,4 0,9
Volle melk 3,4  2,2
Magere yoghurt 0,2 0,1
Volle yoghurt 2,9 1,9
Magere kwark 0,3 0,2
Volle kwark 9,0 5,9
Slagroom 35,7 23,3
Zure room 19,2  12,5
Goudse kaas 48+ 30,5 19,8
Goudse kaas 30+ 18,5 12,1

Bron: NEVO

Volle, halfvolle en magere melk: wanneer kies je welke?

Het maakt eigenlijk niet zoveel uit wat je kiest, met alle soorten zuivel krijg je volop eiwit, B-vitamines en calcium binnen. Of je kiest voor mager, halfvol of vol, is vooral een kwestie van smaak. Wat vind jij bijvoorbeeld lekkerder? Volle of magere yoghurt?
Als je op je gewicht wilt letten, lijkt magere zuivel de beste keuze omdat daar minder calorieën inzitten. Toch kan volle zuivel een betere keuze zijn. Onderzoek toont aan dat volle zuivel zorgt voor langer een vol gevoel waardoor je minder snel weer trek krijgt. Het duurt namelijk echt wel even voor je maag het vet en de eiwitten uit de volle zuivel verwerkt heeft.

Zuivel en cholesterol

Moet je op het cholesterolgehalte van je bloed letten dan kan het zijn dat je het advies hebt gekregen vooral magere zuivel te gebruiken. Het vet in zuivel bevat namelijk relatief veel verzadigde vetten. Van verzadigde vetten wordt wel gezegd dat ze het ‘slechte’ cholesterol kunnen verhogen. Maar het advies op dit gebied is aan het veranderen. Het lijkt niet vooral aan verzadigde vetten in de voeding te liggen, maar aan te veel koolhydraten (met name suikers) in de voeding. Het Voedingscentrum adviseert echter vooralsnog te kiezen voor halfvolle en magere zuivel vanwege het verzadigd vet in zuivel.

Zuivel in de Schijf van Vijf

Zuivel producten

© 2021 Zuivel online

Bestelling gegevens

Kunnen wij helpen?